Ingang

Ingang

Je gaat eerst naar een dorp, zestig kilometer van de hoofdweg, een plek waar zelfs hippies hun neus voor optrekken. Vergane glorie die nooit glorie was. Dan ga je een straat in waar armoe troef is. Dan ga je een pad op tussen twee huizen en dan achter alle huizen kom je bij de ingang van ons huis. Het pad is omringd door ruïnes, bouwsels die niet zijn afgebouwd, een vervallen paardenstal. Een haag met bomen en planten en bougainvillea onttrekt het huis aan het zicht. Je gaat door een klein houten en onooglijk deurtje. En dan, dan kom je in een paradijs. Geluiden van vogels, ruizen in de bomen, uitzicht op oceaan en lagune en duinen, kleuren van de bloemen.

Zoals land en zee gescheiden zijn.
Sta jij aan land en ben ik zee.
Zul jij ooit de diepte van de zee betreden?
Hoe zal het gaan als ik aan land ga?

Geef een reactie